Geschiedenis van de Euro.

Wanneer op 1 januari 2002 de frank (en de munt van de elf andere deelnemende landen) wordt vervangen door de euro is daar natuurlijk een 
hele geschiedenis aan vooraf gegaan.
Onderstaand opsomming geeft deze geschiedenis kort weer.

Jaren '50
In de naoorlogse jaren bestaat behoefte aan samenwerking op het gebied van de zware industrie (men zoekt een basis voor vrede en economische samenwerking). In 1952 wordt de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. De Benelux-landen, West-Duitsland, Frankrijk en ItaliŽ dragen hun soevereiniteit m.b.t. deze industrie over aan dit Europees orgaan.
In 1957 wordt de EEG (Europese Economische Gemeenschap) opgericht. De deelnemende landen streven naar ťťn douane-unie, een gemeenschappelijk landbouwbeleid en een vrij grensverkeer van personen, kapitaal, diensten en vervoer.

Jaren '60 en '70
In 1967 worden de EGKS, de EEG en Euratom (een samenwerkingsverband op het gebied van kernenergie) samengevoegd tot EG, de Europese Gemeenschap.
In 1973 treden Groot BrittanniŽ, Ierland en Denemarken toe.
In 1979 wordt het EMS (Europese Monetaire Stelsel) opgericht, een eerste stap naar een economische en monetaire unie.

Jaren '80 en '90
In 1981 treedt Griekenland toe, in 1986 volgen Spanje en Portugal.
In 1991 wordt (in het verdrag van Maastricht) door de regeringsleiders afspraken gemaakt over de oprichting van de Economische en Monetaire Unie.
In 1993 wordt de Europese Unie (EU) opgericht. Hiermee geven de lidstaten aan dat de verbondenheid verder gaat dan een economische samenwerking. Ook buitenlands beleid, het asiel- en immigratiebeleid, en drugsbestrijding zijn belangrijke gezamenlijke aandachtspunten.
In 1995 treden Finland, Zweden en Oostenrijk toe.
Daarmee komt het aantal landen (oorspronkelijk 6) op 15.
In 1997 zijn de toetredingsonderhandelingen begonnen met Estland, Hongarije, Polen, TsjechiŽ en Cyprus.
In 2000 zijn toetredingsgesprekken gestart met Letland, Slowakije, Litouwen, Bulgarije, RoemeniŽ en Malta.

1991, Verdrag van Maastricht.
De belangrijkste afspraken in het Verdrag van Maastricht zijn:
Deelnemen aan de EMU wordt beoordeeld op basis van 4 convergentiecriteria:
1. Een lage inflatie.
2. Een lage rente.
3. Degelijke overheidsfinanciŽn
Een begrotingstekort dat lager is dan 3% van het bruto binnenlands product (BBP)
De staatsschuld moet lager zijn dan 60% van het BBP
4. Een stabiele wisselkoers t.o.v. het E.M.S.

1993, Verdrag van Maastricht in alle landen geratificeerd.


1995, Tijdens de eurotop in Madrid wordt bepaald dat de Europese munt 'euro ' zal heten.

1996, het ontwerp voor de eurobiljetten wordt bepaald. 
Er komen biljetten van 5; 10; 20; 50; 100; 200 en 500 euro .

1997, Verdrag van Amsterdam
Het ontwerp voor de Europese zijde van de euromunten wordt gepresenteerd. Er komen munten van 0,01; 0,02; 0,05; 0,10; 0,20; 0,50; 1 en 2 euro .
Overeenstemming over het Stabiliteits- en Groeipact.

1998
BelgiŽ, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, ItaliŽ, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje doen mee aan de EMU.
Oprichting Europese Bank en Europees Stelsel van Centrale Banken

1 januari 1999
Start EMU in elf landen, dit betekent de introductie girale euro (in tegenstelling tot chartale euro )
Waardebepaling (Voor BelgiŽ geldt: 1 euro = Bfr 40.3399)
Effectenbeurzen stappen over op euro 's
ECB voert een gemeenschappelijk monetair beleid in euro 's
ECB, nationale banken en 'gewone' banken gebruiken alleen de euro nog in onderling geldverkeer

Juni 2000
Besluit tot deelname aan de EMU van Griekenland, per 1 januari 2001.

1 januari 2002
euro als officieel betaalmiddel (introductie euromunten en -biljetten) in deelnemende landen.
Korte duale periode (in BelgiŽ tot 28 februari 2002)

Terug

Voor opmerkingen over de inhoud van deze pagina's:
E-mail: Beirnaert Rudy
laatste wijziging: 02-01-2002
Copyright ©2001,'02 Beirnaert Rudy